| REGISTER |
| Registernummer | 2.000.0528 |
| INLEIDING |
| |  |
| Objectaanduiding | RET 242
|
| Categorie/klasse | Lokale tram
|
| Soort object | Elektrisch motorrijtuig
|
| Type | emr6 - Gelede Schindler
231 - 244
|
| Bouwjaar | 1957
|
| Producent(en) | Schindler Pratteln Zwitserland |
| Gebruiker(s) | Rotterdamse Elektrische Tram
|
| Regio gebruik | Rotterdam
|
| BESCHRIJVING |
| Functie | Reizigersvervoer
|
| Techniek | Vier elektromotoren via bovenleiding 600 volt
|
| Vorm | Uiterlijke kenmerken: Gestroomlijnd elektrisch tramstel met schaarbeugel
|
| GESCHIEDENIS |
| Geschiedenis | Samen met de 15 vierassige motorwagens, de kleine Schindlers, werd bij de fabriek van Schindler AG in Pratteln (Zwitserland) een order geplaatst voor de levering van veertien enkelgelede motorrijtuigen. Beide orders veroorzaakten destijds nogal wat beroering in de Rotterdamse gemeenteraad, omdat de Nederlandse industrie geheel buiten spel werd gezet. Het groene licht werd dan ook pas gegeven nadat de RET vergaande garanties had verstrekt ten aanzien van eventuele vervolgorders. Deze eerste moderne gelede trams op Nederlandse bodem kon men zich opgebouwd denken uit tweemaal driekwart gedeelte van een enkel rijtuig, onderling verbonden door middel van een gemeenschappelijke draaikom. Naar een toen recent Italiaans ontwerp werd de verbinding tussen de beide rijtuigbakhelften gevormd door een cirkelvormig, draaibaar tussenstuk met een in sectoren ingedeelde vloer. Nieuw was voorts de zittende conducteur die ook nog eens een omroepinstallatie tot zijn beschikking had die zes luidsprekers in het rijtuig en twee op het dak kon aansturen. Uiteraard hadden deze rijtuigen dezelfde lichte constructie en hetzelfde houten meubilair als de kleine Schindlers. In vergelijking met de traditionele vierassers was hun lengte met maar liefst 60 %, maar hun gewicht daarentegen slechts met 10 % toegenomen. Omdat bij de 231-244 de beide voorste draaistellen plaats aan motoren moesten bieden, lag in de voorste rijtuigbak de vloer horizontaal en liep de vloer alleen in de achterbak licht hellend af.
In hun beginperiode vervingen zij zo veel mogelijk de oude tramstellen op de rivierkruisende lijnen en wisten zij zo al een deel van hun niet geringe aanschafkosten terug te verdienen: met één man minder kon men immers dezelfde vervoercapaciteit bieden. Nadat in 1965 het dubbelgelede materieel zijn intrede had gedaan, kon men de 231-244 ook op andere delen van het net aantreffen. Dit gold nog eens te meer, toen de rivierkruisende lijnen begin 1968 in verband met de komst van de metro geheel kwamen te vervallen. Na enkele jaren een wat kwijnend bestaan te hebben geleden, bracht de inrichting voor zelfbediening deze rijtuigen, waarvan de storingsgevoeligheid met de leeftijd leek toe te nemen, rond 1975 echter weer terug in de race. Evenals de 1-15 zouden zij in 1984 hun laatste kunsten vertonen.
Van deze oudste serie gelede rijtuigen werd de 242 toen al snel voor museumdoeleinden gereserveerd. Nadat in 1999 het vele in deze wagen aanwezige asbest door een hierin gespecialiseerd bedrijf was verwijderd, was tevens de weg geplaveid voor een restauratie, die uiteindelijk tot een volledig eerherstel van deze wagen zal moeten leiden. |
| ILLUSTRATIES |
| Additioneel beeld 1 | Niet ingevoerd |
| Additioneel beeld 2 | Niet ingevoerd |
| MEER INFORMATIE |
| Bronnen | Dr. H.J.A. Duparc e.a., Trammend naar de Metro
|
| HUIDIGE EIGENDOM |
| Soort eigendom | Museaal |
| Naam organisatie | Stichting RoMeO (eigenaar: Rotterdamse Elektrische Tram)
|
| WAARDESTELLING |
| Cultuurhistorische waarde |
| Status | A
|
| Motivatie | Elektrisch tramstel RET 242 is de oudste representant van een belangrijke ontwikkeling in het Nederlandse railvervoer, waarbij gelede trams met hellende lage vloer werden toegepast.
|
| Waardering door | Beoordelingscommissie Nationaal
Register Railmonumenten |
| Authenticiteit |
| Motivatie | De informatie over dit object is afkomstig uit het Nationaal Register Railmonumenten. Binnen dit register wordt (nog) niet structureel op authenticiteit beoordeeld.
|
| Waardering door | Beoordelingscommissie Nationaal
Register Railmonumenten |