Nationaal Register Mobiel Erfgoed

NS AB 7216 (984 0 503)



REGISTER
Registernummer2.000.0077
INLEIDING
 
 Foto: Stoomtrein Goes - Borssele
ObjectaanduidingNS AB 7216 (984 0 503)
Categorie/klasseHoofdspoor
Soort objectPersonenrijtuig
TypeABd

AB 7201 - 7221
Bouwjaar1931
Producent(en)Westwaggon
Keulen
Duitsland
Gebruiker(s)Nederlandse Spoorwegen
Periode gebruik1931-1970
Regio gebruikTot 1961 internationaal treinverkeer op hoofdspoorwegen. Daarna binnenlands verkeer
BESCHRIJVING
FunctieReizigersvervoer. Het oorspronkelijk gecombineerd eerste/tweede klasse rijtuig is in 1958 gedegradeerd tot tweede klasse rijtuig en in 1961 overgegaan naar alleen de binnenlandse dienst
VormUiterlijke kenmerken: Stalen personenrijtuig op twee draaistellen met elk twee assen. Het rijtuig heeft aan weerszijden acht ramen en aan beide uiteinden balkons met enkele toegangsdeuren. Tussen ramen en balkons bevinden zich ovale ramen. Het rijtuig is groen geschilderd.
GESCHIEDENIS
GeschiedenisVoor 1923 waren alle spoorwegrijtuigen in Nederland gebouwd van hout, met eventueel een stalen onderstel en stalen beplating. In 1923 stelde de Nederlandse Spoorwegen de eerste tien stalen rijtuigen in dienst. Die rijtuigen waren opgebouwd als een geklonken stalen geraamte, met opgeklonken bekleding van staalplaat, doch met een houten dak. Deze rijtuigen (serie B 7501 – 7510) werden ingezet op enkele binnenlandse trajecten en ook in het internationale verkeer tussen Amsterdam en Parijs. Als prototype konden zij in internationale D-treinen in korte tijd veel kilometers maken. In feite betrof dit een proefserie voor de kort daarna gebouwde "blokkendoosrijtuigen", het elektrisch buffermaterieel van NS, materieel 1924. In 1925 werden zij in de werkplaats Haarlem van NS verbouwd tot elektrisch tussenrijtuig. Het SGB-rijtuig NS B 7507 is het enige overgebleven rijtuig van deze proefserie.

Ter vervanging van de verouderde houten rijtuigen bestelden de Nederlandsche Spoorwegen in 1928 de eerste stalen geklonken rijtuigen speciaal voor het internationale verkeer, namelijk negen doorgangsrijtuigen eerste en tweede klasse, de AB 7201-7209 en zes doorgangsrijtuigen derde klasse, de C 7201 - 7206. Deze rijtuigen werden gebouwd door Beynes in Haarlem en Werkspoor in Amsterdam. In 1931 leverde de Duitse firma Westwaggon uit Keulen nog eens twaalf doorgangsrijtuigen eerste en tweede klasse af, de AB 7210 - 7221. Van beide series is slechts één rijtuig bewaard gebleven, te weten het door de SGB geheel gerestaureerde rijtuig AB 7216.

De rijtuigen uit deze series zijn direct te herkennen aan de ovale ramen aan de uiteinden van de zijwanden. Die karakteristieke ovale ramen onderscheiden dit rijtuig nadrukkelijk van andere types en maken het rijtuig tot een echt kind van zijn tijd: zo paste de Compagnie Internationale des Wagons-Lits et des Grands Express Européens in het begin van de dertiger jaren ovale ramen toe in de befaamde en luxueuze Pullman-rijtuigen. Ook tramrijtuigen van de Gooische Stoomtram en van de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij waren uitgerust met ovale ramen.
De rijtuigen waren olijfgroen met zwarte biezen en hadden een aluminiumkleurig dak. Zij waren toegelaten in 14 landen, namelijk in België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk (tot 1938, toen de ‘Anschluss’ bij het Derde Rijk plaatsvond), Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Roemenie, Joegoslavië, Polen, Bulgarije (tot 1930, de AB 7210 – 7221 hebben dit teken nooit gehad), Italië, Luxemburg en natuurlijk Nederland.

Dat de D-trein reiziger uit die tijd voor de spoorwegen van veel belang moet zijn geweest blijkt wel uit de luxe uitvoering van de AB 7200 serie bij indienststelling. Volgens oud gebruik werden de rijtuigen voorzien van een zijgang met afsluitbare compartimenten. De zijgang had een fraai, spits toelopend plafond. De AB-rijtuigen hadden twee compartimenten eerste klasse à vier personen, een facultatief compartiment eerste of tweede klasse à zes personen, en vijf compartimenten tweede klasse à zes personen. Het onderscheid tussen de eerste en de tweede klasse zat in het aantal zitplaatsen, de opbouw van de kussens en in de beschikbare beenruimte. De C-rijtuigen hadden tien compartimenten à acht personen. De rijtuigen waren half ‘rooken’ en half ‘niet rooken’.

De eerste klasse compartimenten hadden vier zeer ruime zitplaatsen met omkeerbare bovenkussens (trijp voor de winter en koel leerdoek voor de zomer) van rode trijp. De tweede klasse compartimenten hadden zittingen die bekleed waren met bronsgroen trijp, eveneens verticaal zwart gestreept. In de derde klasse coupés tenslotte, waren de banken van teakhout maar wel met kunstleder beklede hoofdsteunen.

Omdat de rijtuigen voor het internationale verkeer waren bestemd, waren alle opschriften in vier talen aangebracht. De reiziger kon in het compartiment de verwarming zelf regelen door middel van twee grote draaischakelaars (ongeveer 30 centimeter in doorsnee). De ene schakelaar bediende de stoomverwarming, voor de elektrische verwarming gebeurde dat door het omzetten van schakelaars waarmee men 1500 Volt schakelde…

De rijtuigen uit beide series hebben van 1928 tot 1961 veel in het internationale treinverkeer dienst gedaan. Zo reden ze in het begin van de jaren ’30 onder andere in nachtrein 289 van Amsterdam naar Wenen West en terug in trein 290, en in de nachttrein 108 van Geldermalsen via Nijmegen, Keulen, Bazel, de Gotthardtunnel en Milaan naar Rome. In de dienst 1937-1938 kwamen ze bijvoorbeeld in Leipzig, Bazel, Hannover, Konstanz, Neurenberg en Genua.
Drie AB-rijtuigen werden voorzien van stuurstroomleidingen en een verwarmingskoppeldoos waarmee ze dienst konden doen als doorgaand rijtuig van Amsterdam naar Vlissingen. In de jaren 1934 – 1936 reden ze tot Rotterdam mee in een elektrische blokkendoostrein. Vanaf Rotterdam DP ging het verder met een door een stoomloc getrokken trein. Hierdoor was het mogelijk om in de boottrein Rotterdam – Vlissingen (- Londen) een doorgaand rijtuig Amsterdam – Vlissingen te stellen.

In 1952 werd het aantal zitplaatsen in de eerste klassecompartimenten verhoogd naar zes. In 1956 werd de derde klasse in Nederland afgeschaft, net als in vele andere Europese landen. De AB-rijtuigen werden eerste klasse rijtuigen en de derde klasse rijtuigen werden rijtuigen tweede klasse.

In 1958 werden de eerste klasse rijtuigen verbouwd tot tweede klasse rijtuigen waarbij er per compartiment acht zitplaatsen werden gecreëerd. De banken werden bekleed met lichtbruin leerdoek. SGB-rijtuig A 7216 kreeg daarbij het nummer B 7196. In 1961 werden de rijtuigen voor de binnenlandse dienst aangewezen en verloren ze hun internationale status. In de periode 1968 tot 1970 werd de gehele serie buiten dienst gesteld. Slechts enkele eerste klasse rijtuigen overleefden een directe gang naar de sloper. De derde klasse rijtuigen werden wel allemaal gesloopt.

In maart 1970 werd de B 6196 buiten dienst gesteld, om in juni 1971 in Heerlen te gaan dienen als opslagruimte voor schoonmaak¬materialen. Hier werden alle compartimenten uitgebroken, alleen de zijgang bleef gehandhaafd. Toen het rijtuig niet meer nodig was als opslagruimte vertrok het naar Onnen en in februari 1978 werd het rijtuig naar Roosendaal overgebracht. Veel mensen hoopten toen al op een toekomst voor dit rijtuig in het Spoorwegmuseum, NS had echter andere gedachten en verkocht de wagen in december 1979 als zijnde ‘overcompleet’ aan de SGB, die het met een vernieuwd interieur weer in gebruik wilde nemen voor reizigersvervoer. In de verkoopbrief werd vermeld onder de leveringsvoorwaarden: 'franco station Goes'. Een nieuwe periode was begonnen. De nieuwe eigenaar, de SGB, restaureerde het rijtuig geheel terug in de oorspronkelijke staat.
Op 11 juni 2008 werd het geheel in de originele staat teruggebrachte rijtuig officieel in dienst gesteld door zijne excellentie minister-president J.P. Balkenende.
BETEKENIS VOOR NEDERLANDSE MOBILITEITSGESCHIEDENIS

Personenrijtuig NS AB7216 is de representant van een belangrijke ontwikkeling van het Nederlandse railvervoer, namelijk het begin van de bouw van stalen rijtuigen voor de internationale treindienst.

ILLUSTRATIES
Additioneel beeld 1Niet ingevoerd
Additioneel beeld 2Niet ingevoerd
MEER INFORMATIE
BronnenN.J. van Wijck Jurriaanse, De stalen getrokken rijtuigen van de Nederlandse Spoorwegen, Wijt 1980
HUIDIGE EIGENDOM
Soort eigendomMuseaal
Naam organisatieStoomtrein Goes-Borsele
WAARDESTELLING
Cultuurhistorische waarde
StatusA
MotivatiePersonenrijtuig NS AB7216 is de representant van een belangrijke ontwikkeling van het Nederlandse railvervoer, namelijk het begin van de bouw van stalen rijtuigen voor de internationale treindienst.
Waardering doorBeoordelingscommissie Nationaal Register Railmonumenten
Authenticiteit
MotivatieDe informatie over dit object is afkomstig uit het Nationaal Register Railmonumenten. Binnen dit register wordt (nog) niet structureel op authenticiteit beoordeeld.
Waardering doorBeoordelingscommissie Nationaal Register Railmonumenten
MCN - CIME
Sluiten en terug naar zoekresultaten NRME Home Mobiele Collectie Nederland