| REGISTER |
| Registernummer | 2.000.0881 |
| INLEIDING |
| |  |
| | OVdoorNederland |
| Objectaanduiding | NS 876 (Plan V) Mat'64
|
| Categorie/klasse | Hoofdspoor
|
| Soort object | Elektrisch stel
|
| Type | Mat'64 - Plan V - ELP2
Plan V1 - V13
Plan V9
|
| Bouwjaar | 1973
|
| Ontwerper(s) | Willem Rietveld ( interieur)
|
| Producent(en) | Werkspoor - Düwag - Talbot Utrecht - Düsseldorf - Aken Nederland - Duitsland |
| Gebruiker(s) | NS, Arriva, Connexion, Veolia
|
| Periode gebruik | 1966 - 2016
|
| Regio gebruik | Alle geëlektrificeerde sporen in Nederland
|
| BESCHRIJVING |
| Functie | Reizigersvervoer, inzet vooral in de stoptreindiensten.
|
| Techniek | Smit Slikkerveer en Heemaf
|
| Bouwwijze | Een treinstel bestaat uit twee rijtuigen, de ABk en BPk. De treinstellen zijn bij aflevering voorzien van een bagage afdeling. Bij de grote revisie in de jaren '90 is dit verbouwd. De ramen in het treinstel zijn voorzien van tweedelige schuiframen aan de bovenzijde in plaats van driedelige schuiframen. Het draaistel aan de zijde van de bakovergang bevat de tractiemotoren. Het draaistel onder de cabine is uitgevoerd als loopdraaistel. Onder de rijtuigbak zijn modulaire apparaatkasten opgehangen, waarin de opgenomen zijn. Vanaf de cabine is de eerste klas te bereiken. Aan een zijgang zijn twee coupés geplaatst, met ieder zes zitplaatsen niet roken. De coupés zijn af te sluiten met schuifdeuren. Na deze coupés is een balkon geplaatst, met daarin de ATB kast. Dit balkon geeft toegang tot een open afdeling eerste klas met middengang. Deze afdeling biedt aan 12 reizigers een zitplaats roken. De middengang geeft door middel van een schuifdeur toegang tot het toilet, welke in het midden van het rijtuig is geplaatst. Aan de andere zijde van het toilet is een afdeling tweede klas roken met middengang te bereiken. In deze afdeling zijn 16 zitplaatsen. Deze afdeling geeft toegang tot het midden balkon, waar onder andere de snelschakelaarkast is geplaatst. Het balkon biedt aan drie reizigers een zitplaats met klapzitting. Naar de bakovergang toe geeft het balkon toegang tot een afdeling tweede klas met middengang, waar 24 niet rokende reizigers kunnen zitten. De banken in de eerste klas zijn bekleed met . De banken in de tweede klas zijn bekleed met rood . De wandbekleding is uitgevoerd met xxx. Het draaistel aan de zijde van de bakovergang bevat de tractiemotoren. Het draaistel onder de cabine is uitgevoerd als loopdraaistel. Onder de rijtuigbak zijn modulaire apparaatkasten opgehangen, waarin de motorgenerator en compressor opgenomen zijn. Na de bakovergang volgt een open afdeling met middengang met 24 zitplaatsen tweede klas roken. Deze afdeling komt uit op het midden balkon, waar een toilet is geplaatst. Op een bank zou ook de conducteur een plaats moeten vinden. Vanaf de ElP2 841 kwam hier een afsluitbare conducteursafdeling. Hierin was ook de bediening van de elektrische koersrollen ondergebracht. In het middengedeelte van het rijtuig zijn 40 zitplaatsen tweede klas roken met middengang. Aan de zijde van de cabine is een balkon geplaatst met 5 klapzittingen. Dit balkon geeft toegang tot een afsluitbare afdeling om post te kunnen vervoeren. Om deze ruimte van buitenaf te bereiken, zijn de treinstellen voorzien van schuifdeuren, zoals Plan T deze ook in de bagage afdeling had. Reizigers mochten door deze deuren niet in- of uitstappen, wat met stickers werd aangegeven. In de postafdeling werden acht klapzittingen aangebracht. Deze konden worden gebruikt als er geen post werd vervoerd. De post wordt in postzakken meegenomen. Door middel van een deur kan de machinist vanuit de zijgang zijn cabine bereiken. De banken in de tweede klas zijn bekleed met rood . De wandbekleding is uitgevoerd met .
|
| Vorm | Uiterlijke kenmerken: De trein is afgeleverd in de "nieuwe" huisstijl kleuren geel met grijs dak, grijze deuren en grijze onderzijde. De wanden zijn voorzien van drie diagonaal lopende blauwe banen, later gebruikt als reclame baan.
Stroomsysteem 1,5 kV gelijkspanning Vermogen 508 kW Treinbeïnvloeding ATB EG Treinradio GSM-R Koppeling Scharfenberg
De besturing van het treinstel geschiedde door middel van een schakelwals, die door een nokkenas werd aangedreven. Door het gebruik van de nokkenas werd de tractieregeling fijner en lichter in vergelijking met het oudere materieel, dat door elektro-pneumatische schakelaars, relais en hulpcontacten werd bediend. Het maken en verbreken van de stroomkringen verliep via weerstanden met behulp van hoogspanningsrelais. Deze werden aangestuurd door de stuurstroom, afkomstig van het laagspanningscircuit. Deze werd opgewekt met behulp van een motorgenerator. Deze tractiestroom regeling is een ontwerp van Vickers, welke later door de NS en Heemaf is verbeterd en toegepast tot aan Plan V. Deze regeling wordt aangestuurd door een volgordewals. Deze wals neemt een zekere stand in, afhankelijk van de ingestelde rijstand van de rijcontroller. Hierdoor wordt de rijwals bediend, welke door een nokkenas de rijschakelaars bediend. De rijweerstanden worden op deze manier geopend en gesloten. Door het afschakelen van deze weerstanden gaat er een grotere stroom naar de motoren lopen, waardoor de snelheid toeneemt. Om een lagere stand te kiezen, behoeft bij deze schakeling niet meer teruggeschakeld te worden naar de nulstand, zoals bij Materieel'54 en ouder. De schakelwals schakelt automatisch terug naar de nulstand als de rijcontroller in een langere stand wordt gezet. De volgordewals kent vier rijstanden. De eerste is de R van rangeerstand. Hierbij worden de tractiemotoren via de lijnschakelaars ingeschakeld en blijven de weerstanden voorgeschakeld. De tweede rijstand is de S van seriestand. Hierbij staan alle tractiemotoren in serie en worden de weerstanden afgeschakeld. Elke motor krijgt hier een spanning van 375 Volt. De derde rijstand is de parallelstand. De motoren worden per twee parallel geschakeld en krijgen zo hun maximale spanning van 750 Volt na het afschakelen van de weerstanden. Als vierde rijstand is er een zwakveldstand. De motoren blijven parallel geschakeld, maar de weerstand van het motorveld wordt verkleind door de parellelschakeling van een weerstand. Al vrij snel na de aflevering van de eerste treinstellen wordt de rijstand parallel-zwakveld 3 buiten dienst gesteld. Op deze manier wordt er minder energie verbruikt, omdat deze rijstand veel energie kost. Door de elektrische en pneumatische verbindingen in de Scharfenbergkoppelingen kon het in treinschakeling rijden met Plan T. De maximale gekoppelde lengte bedraagt hierbij 10 rijtuigbakken.
Plan V9: BPk (354 / 356)cabine, bagageruimte met 8 klapzitjes, balkon met 4 klapzitjes, vijf open afdelingen tweede klas, balkon met toilet, ruimte voor Hc en 4 klapzitjes, drie open afdelingen tweede klas "niet roken". ABk (355 / 357)drie open afdelingen tweede klas, balkon met 4 klapzitjes, twee open afdelingen tweede klas, doorloop met toilet, twee open afdelingen eerste klas, balkon, twee coupé's eerste klas "niet roken" en cabine.
|
| Opmerkingen beschrijving | De 876 bevindt zich in de uitvoering van 2010, in deze staat is de trein overgenomen van NS Reizigers. Wel zijn de schuifdeuren van de bagage afdeling weer in dient genomen en heeft de trein de nieuwste GSM-R radio gekregen.
|
| GESCHIEDENIS |
| Geschiedenis | In 1963 zijn er besprekingen tussen NS en Werkspoor over een tweedelig treinstel, welke afgeleid is van de vierdelige treinstellen Plan T en de driedelige dieseltreinstellen van Plan U. Van Plan T is op dat moment een treinstel afgeleverd, de ElD4 501, en van Plan U is de serie van 42 treinstellen bijna compleet afgeleverd. Op 31 december 1963 wordt door Werkspoor een offerte uitgebracht waarbij de NS binnen een jaar 38 treinstellen moest afnemen voor een prijs van 685.000 gulden per treinstel. Dit was exclusief de elektrische installatie die door Smit Slikkerveer en Heemaf geleverd zouden worden. Deze installatie zou door Werkspoor worden ingebouwd. In eerste instantie worden de treinstellen aangeduid als Plan TT4. In de zomer van 1964 veranderd dit naar Plan V. Op 15 juni 1965 wordt de opdracht gegeven om de eerste dertig treinstellen te bouwen. Op 25 juli 1967 worden de laatste acht treinstellen van de eerste bestelling in opdracht gegeven. In mei 1968 wordt de opdracht gegeven tot de bouw van nog eens 21 treinstellen (Plan V4). In dezelfde maand worden 10 treinstellen (Plan V5) besteld bij Talbot in Aken. Zij kunnen de treinstellen goedkoper leveren dan Werkspoor. Werkspoor levert voor deze treinstellen wel de draaistellen, zodat Talbot alleen de wagenbak bouwt. Deze treinstellen kosten 1.000.000 gulden per stuk. Daarnaast zorgde de introductie van de programma's 'Spoorslag '70' en 'Sporen naar '75' voor een forse uitbreiding van het aantal treinstellen. Met name voor het jaar 1970 werd het park treinstellen zoveel mogelijk uitgebreid. Ook voor de jaren daarna waarbij de treindiensten versneld werden, werden nog veel treinstellen nodig geacht. Plan V was vooral geschikt omdat door de verdubbeling van de frequentie op veel lijnen volstaan kon worden met kleinere materieel eenheden. Door hiervoor Talbot in te schakelen als tweede leverancier, konden zo veel als mogelijk treinstellen worden geleverd. In september 1968 wordt de opdracht gegeven voor de bouw van nog eens twaalf treinstellen. Deze worden opgenomen in de zesde deelserie die door Werkspoor wordt gebouwd met een elektrische installatie van Smit Slikkerveer. Deze treinstellen moeten voor de zomerdienst van 1970 geleverd gaan wordenDit werd de zevende serie (ElP2 801 - ElP 840). Deze treinstellen waren nodig om de oude treinstellen Materieel'40 te af te kunnen voeren. De sprong naar een nieuwe nummerserie was nodig, omdat er geen lage series meer beschikbaar waren. Er was echter meer materieel nodig, omdat de nieuwe dienstregeling meer materieel vroeg dan dat er voor handen was. De zevende deelserie werd de laatst gebouwde serie treinstellen door Werkspoor. Op 14 februari 1972 wordt van de ElP2 840 naar de Utrechtse werkplaats overgebracht om een as te wisselen. Als gevolg van een oneffenheid op een as van de ABk moest de afleveringsproefrit op deze dag worden geannuleerd. Een dag later, op 15 februari 1972, wordt alsnog de afleveringsproefrit verreden. Op 16 februari 1972 wordt het treinstel ElP2 840 door diesellocomotief 2412 opgehaald bij Werkspoor en verlaat hiermee als laatst gebouwde treinstel door Werkspoor het fabrieksterrein. Hiermee komt een einde aan de laatste fabrikant van treinmaterieel in Nederland. De 125 nog af te leveren treinstellen zullen door Talbot worden geleverd. De 30 treinstellen van de serie V8 wordt in de zomer van 1970 aan Talbot gegund. Zij geven aan deze treinstellen vanaf januari 1972 te kunnen leveren. In het najaar van 1972 kan volgens hen het laatste treinstel geleverd worden. De ervaringen met de oudere treinstellen leerde dat er toch behoefte was aan een grotere, aparte afdeling waarin post kon worden vervoerd. Op het Middennet vond nog postvervoer per reizigerstrein plaats. Deze afdeling is te bereiken door twee schuifdeuren. De aanduiding Bk werd hierbij gewijzigd naar BPk en krijgen de treinstelaanduiding ELP2. In deze afdeling werden ook regelmatig fietsen vervoerd. Wegens capaciteitsgebrek worden de ABk rijtuigen van deze serie echter door Düwag gebouwd. De vervolgorders van de treinstellen ELP2 871 - 965 (V9 - V13) werden aan Talbot gegund. Op 23 april 1974 wordt er een feestelijke rit georganiseerd met het 200e geleverde treinstel, de ElP2 919. Vanuit Utrecht werd er naar Arnhem en Zwolle gereden. In augustus 1974 wordt de ElP2 930 geleverd. Dit is het 100e treinstel Plan V dat door Talbot is gebouwd. Dit werd kenbaar gemaakt met behulp van spandoeken en andere versieringen. De aflevering van de laatste twee deelseries vond plaats na een pauze van een jaar. In dit pauzejaar werden de 15 treinstellen SGM 2001 - 2015 afgeleverd. In 1974 worden 15 treinstellen besteld, de serie V12 (ELP2 936 - ELP2 950). In 1975 worden de laatste, nog eens 15 treinstellen besteld, de deelserie V13 (ELP2 951 - ELP2 965). |
| KORTE VERHALENDE OBJECTBESCHRIJVING |
| De Mat'64 NS876 bevindt zich nog in de staat& uitvoering zoals deze in 2010 aan de reizigersdienst werd onttrokken tbv opname in de collectie van het Spoorwegmuseum. De trein is in 2016 opnieuw in dienst gesteld door het museum tbv het officiële afscheid van de serie door NS. In 2019 is de trein opnieuw geschilderd, uiteraard in de gele kleur. De deuren van de bagage afdeling zijn weer in dienst gesteld. De trein is dienstvaardig en kan op eigen kracht rijden. |
| BETEKENIS VOOR NEDERLANDSE MOBILITEITSGESCHIEDENIS |
| De treinstellen Mat’64 zijn vanaf het midden van de jaren zestig beeldbepalend geweest voor de stoptreindiensten bij NS en later ook ingezet bij andere, regionale vervoerders. Iedere Nederlander heeft waarschijnlijk wel eens gereisd met een van de 31 vierwagenstellen Plan T of 246 tweewagenstellen Plan V, zoals deze bij NS werden aangeduid. Begin april 2016 is een einde gekomen aan de inzet van dit markante materieel. In Het Spoorwegmuseum te Utrecht blijft één vertegenwoordiger van deze “moderne” treinen bewaard, de 876. |
| ILLUSTRATIES |
| Additioneel beeld 1 |  Treinenwebnl |
| Additioneel beeld 2 | Niet ingevoerd |
| Opmerkingen illustraties | De trein is volledig eigendom van de Stichting Nederlands Spoorwegmuseum.
|
| MEER INFORMATIE |
| Informatie bij/via | Nationale Museummaterieel Database: www.nmld.nl/nl/object/2806
https://www.railwiki.nl/index.php/V_-_Treinstellen_Plan_V
https://nl.wikipedia.org/wiki/Mat_%2764#:~:text=Mat%20%2764%2C%20afkorting%20voor%20Materieel,is%20een%20niet%2Doffici%C3%ABle%
|
| Bronnen | Tekeningenarchief op microfiches en gedigitaliseerd in bezit van Spoorwegmuseum. Originele onderhoudsvoorschriften en beschrijvingen in bezet van Spoorwegmuseum.
|
| Opmerkingen informatie | Object nummer 1026 ( registratie in Atlantis Spoorwegmuseum)
In september 2010 werd treinstel 876 opgenomen in de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum. Op 24 december 2010 is het treinstel samen met locomotief 1656, mP 3031 en locomotief 1302 naar Blerick overgebracht voor stalling in de museumloods. De trein werd getrokken door locomotief 1312. Op 17 oktober 2015 wordt het treinstel door de 1312 van Blerick naar Eindhoven gesleept. Hier zal het treinstel voorbereid worden voor de officiële overdracht aan het Spoorwegmuseum op 28 januari 2016. Vanuit diverse locaties zullen treinstellen naar Utrecht Maliebaan rijden om de overdracht luister bij te zetten. Door het langer in dienst blijven van Plan V tot begin april 2016 is de officiële overdracht uitgesteld tot een later moment. Op 17 september 2016 heeft het treinstel al een proefrit gereden naar Vlissingen vanuit Eindhoven met de treinstellen El2 449 + El2 469 + El2 466. Op 24 september 2016 kwam het treinstel naar Maastricht. De afscheidsrit en overdracht vindt uiteindelijk plaats op 25 september 2016.
Inzet: de eerste inzet van het treinstel is op 17 september 2016, als er een proefrit van Eindhoven naar Vlissingen wordt verreden voor de grote afscheidsrit een week later op 25 september 2017. Op deze dag is het treinstel samen met de treinstellen El2 449 + El2 469 + El2 466 van Maastricht via Eindhoven, Arnhem, Zwolle en Amersfoort naar het Spoorwegmuseum overgebracht. Vanaf Amersfoort rijdt de ElD2 876 voorop naar Utrecht. Hier wordt het treinstel officieel overgedragen. Op 26 maart 2017 rijdt het treinstel ritten in het kader van het afscheid van de Hoekse Lijn bij de NS. Het treinstel pendelt tussen Rotterdam en Hoek van Holland. Het is de eerste inzet van het treinstel in dienst van het museum. Als gevolg van een defect aan de ElD4 766 wordt de El2 876 op 18 december 2017 gebruikt voor een rit van Hilversum naar Amersfoort in het kader van Serious Request 2017. Na aankomst in Hilversum keert het treinstel terug naar Utrecht. Op 26 mei 2018 rijdt het treinstel van het Spoorwegmuseum naar Leiden en weer terug naar Utrecht. De rit wordt gereden om de expositie in het Spoorwegmuseum te openen over het 50 jaar bestaan van de gele huisstijl en bijhorende logo's van de NS. Op 2 maart 2019 maakt het treinstel een conditierit door het westelijk deel van Nederland. Van de rit werd tevens gebruik gemaakt om het treinstel te driehoeken voor de tentoonstelling "Tienertoer" in het museum. Op 24 juli 2021 maakt het treinstel een conditierit vanuit Utrecht naar het zuiden van Limburg. Via Tilburg, Rotterdam en Gouda keert het treinstel terug naar Utrecht.rn
|
| HUIDIGE EIGENDOM |
| Soort eigendom | Museaal |
| Naam organisatie | Het Spoorwegmuseum
|
| Opmerkingen eigendom | Noodgedwongen een paar foto's van internet gekozen omdat mijn eigen foto's altijd te groot zijn.
|
| WAARDESTELLING |
| Cultuurhistorische waarde |
| Status | A
|
| Motivatie | Het object representeert een cruciale ontwikkeling in de geschiedenis van het Nederlands railvervoer. Het object bevindt zich in de dienstvaardige staat zoals het in 2010 uit dienst genomen werd bij NSR. De trein is geschilderd ter conservering en wordt technisch bijgehouden. Verder acht de Beoordelingscommissie de kans op duurzaam behoud van dit treinstel relatief groot.
|
| Waardering door | Beoordelingscommissie Nationaal
Register Railmonumenten |
| Authenticiteit |
| Motivatie | Binnen het Nationaal Register Railerfgoed wordt niet structureel op authenticiteit beoordeeld.
|
| Waardering door | Beoordelingscommissie Nationaal
Register Railmonumenten |