|
| REGISTER | | Registernummer | 2.000.0796 | | INLEIDING | | |  | | | Foto: HSA | | Objectaanduiding | NS 186 - DE2 (77 / 87)
| | Categorie/klasse | Lokaalspoor
| | Soort object | Dieselstel
| | Type | DE-2 - Plan X
61-106 (later 161-186)
| | Bouwjaar | 1954
| | Ontwerper(s) | N.V. Allan, Rotterdam
| | Producent(en) | Allan/AEC/Werkspoor/Electrotechnische Industrie (v/h Smit) Rotterdam Nederland | | Gebruiker(s) | Nederlandse Spoorwegen (NS)
Oostnet
Syntus
| | Periode gebruik | 1954-2001
| | Regio gebruik | Groningen, Friesland, Zuid-Limburg en Achterhoek
| | Opmerkingen inleiding | Bij de objectaanduding: Het dieselstel NS 186 werd tijdens de renovatie in de jaren 1970 samengesteld uit wagenbakken van twee verschillende treinstellen. Die waren oorspronkelijk genummerd NS 77 en NS 87.
| | BESCHRIJVING | | Functie | De dieseltreinen type Blauwe Engel (zowel de motorrijtuigen als de treinstellen) werden ingezet voor het personenvervoer op de lokaalspoorlijnen in verschillende delen van het land. Het ontwerp was sober van uitvoering en erop gericht om aanschaf- en exploitatiekosten zoveel mogelijk te beperken, omdat inzet bedoeld was voor de lijnen met een geringer vervoersaanbod en dus navenant geringere opbrengsten.
| | Techniek | diesel-elektrische aandrijving met 6 cilinder Cummins-dieselmotoren (type NT 895-R2)
| | Vorm | Uiterlijke kenmerken: Gestroomlijnd stalen tweewagentreinstel op drie draaistellen met ronde koppen, in geel uitgevoerd met blauwe diagonale reclamebanen, grijze raamomlijstingen, grijze schortplaten, grijs dak en rode koppelingen.
Diesel-elektrisch
| | GESCHIEDENIS | | Geschiedenis | Met de uitdunning van het stoomlocomotievenpark in het begin van de jaren vijftig kreeg NS behoefte aan nieuw materieel voor de spoorlijnen met een geringer vervoersaanbod, zoals de verbindingen in de Achterhoek, Friesland en Groningen en enkele Zuidlimburgse trajecten.
Omdat elektrificatie te kostbaar zou zijn, besloot NS te kiezen voor dieseltractie. Dieseltechniek paste NS sinds de jaren dertig op grote schaal toe en de ervaringen daarmee waren gunstig, ook uit oogpunt van kostenbeheersing. Het was daarom een logische stap dat NS voor de secundaire lijnen de voorkeur gaf aan dieseltractie.
In de jaren zeventig dreigde sluiting van een aantal nevenlijnen en voor enkele andere lijnen bestonden elektrificatieplannen. NS zag daarom af van bestelling van nieuw dieselmaterieel en besloot vijfentwintig tweewagenstellen grondig te renoveren, zodat ze langer mee konden.
De niet gerenoveerde dieseltreinen reden tot halverwege de jaren tachtig, ze werden vervangen door nieuw dieselmaterieel.
De gerenoveerde stellen gingen in 1997 buiten dienst. Drie treinstellen kwamen nog in dienst van Oostnet en daarmee maakten zij nog net de nieuwste maatschappelijke ontwikkeling van concurrentie op het spoor mee.
De dieseltreinen uit de jaren vijftig - zowel de losse motorwagens als de tweewagenstellen - voldeden bijzonder goed en hun succes vormde een onmiskenbare bijdrage aan het behoud van veel nevenlijnen.
Het type
NS koos voor een ontwerp van Allan uit Rotterdam en plaatste een bestelling van 46 treinstellen en 30 motorrijtuigen. De eerste treinen van dit type kwamen in 1953 in dienst, getooid in een gehele nieuwe kleurstelling: blauw, met een wit dak en zilverkleurige schortplaten, het geheel afgezet met rode biezen en opvallend grote rode banden op de kopeinden. Daar prijkte ook het gevleugelde embleem van Allan, zodat de dieseltreinen als snel de bijnaam 'Blauwe Engel' kregen.
De stellen waren qua comfort volgens de standaard van die tijd uitgevoerd. Toch was - uit oogpunt van kostenbeheersing - de uitvoering redelijk sober gehouden. Zo was er geen apart 1e klas compartiment. De 1e klasse bevond zich in dezelfde ruimte en onderscheidde zich slechts door in rood moquette beklede bankjes, dit in tegenstelling tot de 2e klasse die met bankjes van groen kunstleer was uitgevoerd.
De dieselmotoren bevonden zich - in tegenstelling tot bijvoorbeeld de diesel III treinstellen uit 1934 - onder de vloer, waardoor nagenoeg de volledige rijtuigbak(ken) als passagiersruimte waren te benutten, wat resulteerde in een grotere nuttige ruimte per rijtuigbak, voorwaar ook een bijdrage aan kostenbeheersing.
In de jaren zeventig raakte het materieel op leeftijd. Omdat het aanhouden van een aantal diesellijnen ter discussie stond (sluiting dreigde) en omdat er voor enkele andere lijnen - zoals de verbinding naar Tiel - elektrificatieplannen waren, besloot NS in 1973 een deel van de dieseltreinen ingrijpend te renoveren, zodat deze zeker tot 1990 inzetbaar zouden blijven. Door die beslissing kon NS in voor (de toekomst van de) diesellijnen onzekere tijden volstaan met een geringere investering dan bij aanschaf van nieuwe treinen. Daarnaast maakte uitstel van executie (voor een deel) van de dieseltreinen het mogelijk ze te zijner tijd gelijktijdig met de recentere dieseltreinstellen Plan U te vervangen, wat tot een grotere (en dus voordeliger) toekomstige bestelling van nieuw dieselmaterieel zou leiden.
Voor de levensduurverlenging selecteerde NS vijfentwintig tweewagenstellen. De renovatie omvatte ondermeer de volgende zaken:
- gele NS-huisstijluitvoering;
- versterking van de neus;
- aanpassing van de zij- en frontraampartijen;
- aanpassing van de deurindeling;
- andere interieurindeling en geheel nieuw meubilair;
- installatie van nieuwe motoren
Nadat treinstel 161 als prototype in 1975 op de baan kwam, volgden de overige stellen in de periode 1977 t/m 1981.
De niet-gerenoveerde motorwagens en tweewagenstellen bleven - in hun inmiddels wijnrode uitmonstering met gele 'snor' - in dienst. Nadat er in de jaren daarvoor al afvallers waren, gingen de laatste wijnrode exemplaren in 1985 buiten dienst, waarna - behalve voor motorrijtuig 42 - sloop volgde.
De gerenoveerde, in NS-huisstijl uitgevoerde tweewagenstellen hielden het aanmerkelijk langer uit. NS was voornemens de stellen begin jaren negentig af te voeren, maar nijpend materieeltekort verhinderde dat. De stellen kregen zelfs een opknapbeurt en ze zetten hun dienstverband voorlopig onverminderd voort. Uiteindelijk zag NS kans de stellen halverwege 1997 aan de kant te zetten. Aan een bijzonder nuttig leven kwam voor de vergeelde tweewagenstellen na 45 jaar een einde.
Drie treinstellen maakten nog net de periode mee waarin NS nevenlijnen afstootte ten gunste van andere spoorbedrijven in het kader van de door de overheid gewenste aanbestedingen. De laatste twee actieve 'Blauwe Engelen' kwamen als gevolg daarvan in dienst bij Oostnet (later Syntus) en verlengden zo hun leven met een aantal jaren.
Het object
Treinstel 186 werd tijdens de renovatie van de vijfentwintig tweewagenstellen samengesteld uit een wagenbak van treinstel 77 en een van treinstel 87. Het gerenoveerde stel kwam in augustus 1981 als laatste in dienst en ging - samen met seriegenoot 180 - in 1998 over naar Oostnet voor de exploitatie van de lijn Almelo - Mariƫnberg. In 1999 ging Oostnet over in Syntus, waar de 186 in 2001 buiten bedrijf werd gesteld, waarna het werd overgedragen aan de Stichting Historisch Streekvervoer Achterhoek (HSA).
Het treinstel is bewaard in de huisstijlgele NS-kleurstelling (met blauwe reclamebanen) en houdt als zodanig de herinnering levend aan de periode 1975-1998 - de jaren waarin de gele diesels op tal van NS-nevenlijnen het personenvervoer verzorgden - en de eerste jaren van de openbare aanbesteding, de Oostnet/Syntus-periode, waarbij de DE II treinstellen vanaf de beginjaren van hun bestaan tot het einde toe altijd een prominent aandeel hebben gehad in het vervoer in en naar de Achterhoek.
| | ILLUSTRATIES | | Additioneel beeld 1 | Niet ingevoerd | | Additioneel beeld 2 | Niet ingevoerd | | MEER INFORMATIE | | Bronnen | C. van Gestel en P. v.d. Meer, Blauwe Engelen en Rode Duivels (De Alk, Alkmaar 2000)
| | HUIDIGE EIGENDOM | | Soort eigendom | Museaal | | Naam organisatie | Historisch Streekvervoer Achterhoek
| | WAARDESTELLING | | Cultuurhistorische waarde | | Status | A
| | Motivatie | Dieseltreinstel NS 186 representeert het beeldbepalend type gemoderniseerde dieseltreinen uit de jaren vijftig, waarvan enkele tientallen exemplaren zo'n twintig jaar op diverse plaatsen in Nederland hebben dienst gedaan.
Het object was aanvankelijk gewaardeerd met de B5 status: het is een waardevol documentair object, omdat het zich in authentieke, sinds de buitendienststelling ongewijzigde staat bevindt.
Van dit type (DE-2; plan X) is al eerder een exemplaar voorgedragen door de Zuid Limburgse Stoomtrein Maatschappij. Dit object (NS 179) kreeg als oudste bewaard gebleven exemplaar de A-status, omdat het object een "beeldbepalend type dieseltreinen -gebouwd in de jaren 1950 en gemoderniseerd rond 1980- representeert, waarvan enkele tientallen exemplaren zo'n twintig jaar op diverse plaatsen in Nederland hebben dienst gedaan. Dit object is in het NR-RailMon ingeschreven onder registernummer 187.
De eigenaren van de treinstellen 179 en 186 hebben op 10 januari 2022 een verzoek tot statusruil ingediend bij het beheer van het Register. Op basis van de plannen tot restauratie van treinstel 186 heeft de Beoordelingscommissie van het Register besloten de status van treinstel 186 op te waarderen naar een A-status en de A-status van treinstel 179 vooralsnog ongemoeid te laten, in afwachting van de toekomstplannen van de eigenaar, de Zuid Limburgse Stoomtrein Maatschappij, met dit treinstel. Op het moment dat die plannen concrete vormen hebben aangenomen, zal treinstel 179 opnieuw worden beoordeeld.
Als bouwjaar van dit stel wordt 1954 opgegeven. Opgemerkt wordt dat de leeftijd van het stel moeilijk te bepalen is: het is opgebouwd uit twee afzonderlijke bakken na een ongeval bij Winsum.
Overwogen is het stel tevens een B2-status te geven: het object is een attractief onderdeel van de collectie door z'n opmerkelijke geschiedenis. Het representeert een vaker voorkomende praktijk, waarbij bijvoorbeeld na ongelukken of technische mankementen, de NS uit overgebleven 'enkele' rijtuigbakken weer nieuwe treinstellen samenstelde.
| | Waardering door | Beoordelingscommissie Nationaal
Register Railmonumenten | | Authenticiteit | | Waardering door | Beoordelingscommissie Nationaal
Register Railmonumenten |
|
|