|
| REGISTER | | Registernummer | 1.002.0003 | | INLEIDING | | |  | | | Foto’s beschikbaar gesteld door BV Reederij ‘Oosterschelde’ | | Objectaanduiding | Oosterschelde | | Categorie/klasse | vrachtvaart | | Soort object | Zeilend vrachtschip met hulpmotor (auxiliary schooner) | | Type | Driemast schoener met breefokra en hulpmotor, vrachtschip voor de kustvaart en, met trans-Atlantische klasse, grote handelsvaart. Laatste ontwikkeling van de Nederlandse zeilende zee-scheepsbouw. Laatste Nederlandse driemaster voor de grote handelsvaart. | | Bouwjaar | 1917 | | Ontwerper(s) | Duitse ingenieur Ludwig Göbel, verbonden aan klasse bureau Germanischer Lloyd
| | Producent(en) | Enige zeeschip gebouwd door Scheepswerf Hendrik Appelo te Zwartsluis | | Gebruiker(s) | 1918-1921: NV Hollandsche Algemeene Atlantische Scheepvaartmaatschappij, 1921-1939 kapitein Warnder Kramer, 1939-1954 partenrederij Fuglen, Denemarken, 1954-1988 kapiteins Petterson en Inberg, Zweden, 1988-1990 Dick van Andel, 1990-heden Stichting het Rotterdamse Zeilschip/ BV Reederij “Oosterschelde” Rotterdam. | Periode gebruik | van 1918 tot en met hede | | Regio gebruik | Wereldwijd
1918-1988: Europese kustvaart, voornamelijk bulkladingen, onder kapitein Kramer ook Middellandse Zee en Noord Afrika. Sinds 1992 na restauratie wereldwijd met gasten. | | Opmerkingen inleiding | Tot jaren 1980 in gebruik als vrachtschip. Na uitgebreide restauratie (1988-1992) weer in gebruik genomen als zeilschip, nu voor wereldwijde vaart met gasten. | | BESCHRIJVING | | Functie | Zeilend vrachtschip. Wereldwijd vervoer van bulkgoederen. | | Techniek | Zeilend schip. Gebouwd met hulpmotor (diesel) | | Bouwwijze | Geklonken staal | | Vorm | LOA: 50m, Breedte: 7,5m, Diepgang: 2,95m, Hoogte: 35,2m
Achterpiek, machinekamer, achterruim, midden ruim, voorruim, voorpiek
Vorm geheel origineel. Zwart/wit geschilderd. Houten masten. | | Overig, algemeen | Geklonken stalen casco, door bouw onder trans-Atlantische klasse Veritas geschikt voor Grote Handelsvaart. Na restauratie driemast topzeilschoener met vergroot zeiloppervlak en aangezette kiel voor verbetering zeileigenschappen.
Hulpmotor: oorspronkelijk 130 pk Industrie ruwe olie motor, nu 470 pk John Deere.
LOA 50 m, breedte 7,5 m, diepgang 2.95 m, hoogte boven water 35,50 m, zeiloppervlak circa 800 m2.
Casco in originele staat gerestaureerd, lassen i.p.v. klinken. Verlijmde houten masten. Casco zwart geschilderd met witte spieën naar Gronings gebruik.
| | GESCHIEDENIS | | Geschiedenis | [Samenvatting:] Opmerkingen geschiedenis
Huidig gebruik: De exploitatie, zeereizen makend met max 24 gasten en dagtochten met max 120 gasten, begon met de inbedrijfsstelling door HKH Prinses Margriet, petekind van de Nederlandse Koopvaardij, in augustus 1992. Inmiddels gaat de ‘Oosterschelde’ haar derde reis om de wereld maken. Na Dick van Andel is het kapitein Gerben Nab die het schip als wereldwijd varende ambassadeur van Rotterdam met nieuwe projecten en bestemmingen in de vaart en publiciteit houdt. Lees volledige tekstSedert circa 1900 bouwden de Groningse werven ijzeren en stalen tweemast- en later driemast schoeners voor Nederlandse en Duitse opdrachtgevers.
Tijdens de eerste wereldoorlog werd ter vervanging van door U-Boote en mijnen tot zinken gebrachte (stoom)schepen in hoog tempo vervangende scheepsruimte gezocht in de vorm van nieuw en goedkoop te bouwen driemast schoeners van beperkte grootte, zeilend en met een gloeikop hulpmotor van beperkt vermogen. Daarvan zijn in Groningen vele tientallen gebouwd. De werven zaten vol opdrachten en zo kwam het dat de binnenvaartwerf Appelo, in 100% onder aanneming, van werf Lucas Mulder te Martenshoek de opdracht kreeg voor de bouw van ‘Oosterschelde’. Het zou het enige door Appelo gebouwde zeeschip blijven. Opdrachtgever was reder Nathan Haas van de in 1916 met J.F. Spliethoff opgerichte rederij H.A.A.S. NV te Rotterdam.
De rederij viel op met een explosief nieuwbouw- en aankoopprogramma maar hield het na de oorlog niet vol: het faillissement volgde in 1921.
Zo kwam de ‘Oosterschelde’ te koop en de koper was kapitein Warnder Kramer, eerder kapitein-eigenaar van de schoeners ‘Adelaar’ en ‘Pietronella’ en sinds 1915 voorzitter van de onderlinge scheepsverzekering Compact De Onderlinge Vriendschap te Groningen. Hij heeft met zijn vrouw Engeliena Brouwer en zijn kinderen Jaap, Jan, Warnder jr, Nelly en Affien de ‘Oosterschelde’ als familieschip gerund, waarbij het zeiltuig geleidelijk werd gekortwiekt en een brug met stuurhuis verscheen. Van de opbrengsten konden de drie zoons ieder een eigen coaster laten bouwen.
In Denemarken is aan de ‘Fuglen 2’ niets veranderd. Het waren de Zweedse kapiteins Petterson en Inberg die er de moderne coaster ‘Sylvan’ van maakten, die het rustig aan deed en ’s winters werd opgelegd.
Dick van Andel had met de door hem gerestaureerde charter klipper ‘Willem Jacob’ een reis naar Leningrad gemaakt, met hulp van zijn adviseur mr Hylke Tromp. De ervaring was dat je dat met een binnenschip niet moet doen en hij zocht naar iets groters. Dat werd de te koop liggende ‘Sylvan’ en dat leidde tot de oprichting van de stichting Het Rotterdamse Zeilschip, die het schip in de BV Reederij ‘Oosterschelde’ onderbracht. Dick van Andel leidde de restauratie en later de exploitatie met charterbureau Hollands Glorie als boekingskantoor. Gerben Nab voer eerst als stuurman en vanaf 1996 als kapitein op de ‘Oosterschelde’ en nam per 1 januari 200 de algehele leiding over van Dick, met het eigen boekingskantoor in de sleepklipper ‘Salvator’, Leuvehaven, Rotterdam. Samenvatting | | Opmerkingen geschiedenis | De geschiedenis van het schip en de restauratie ervan is uitgebreid beschreven in het boek: de driemasterschoener Oosterschelde door Frits R. Loomeijer, uitgeverij de Alk. ISBN: 90 60 13 02 43 | | KORTE VERHALENDE OBJECTBESCHRIJVING | | Voor behoud en restauratie was bepalend dat de ‘Oosterschelde’, met haar drie masten en haar trans-Atlantische klasse, als de laatste Nederlandse windjammer voor de Grote Handelsvaart kon worden beschouwd en dus als uniek monument voor de Nederlandse zeilende koopvaardij met haar lange historie. Het schip, een vrachtschip zonder pretenties, paste bovendien in de Rotterdamse sfeer.
De geschiedenis van de ‘Oosterschelde’ is in 1995 beschreven door Frits Loomeijer in De Driemastschoener Oosterschelde. Er zijn tevens boeken en verslagen over de wereldreizen.
| | BETEKENIS VOOR NEDERLANDSE MOBILITEITSGESCHIEDENIS | | -De laatste Nederlandse windjammer voor de Grote Handelsvaart.
-Restauratie in overleg met ontwerper Olivier van Meer, authenticiteitscommissie uit de maritieme musea, expertisebureaus D. Touw en Van Helden Schippers & Nobels en verdere deskundige hulp, zoveel mogelijk origineel maar met concessies waar nodig voor de nieuwe exploitatie met gasten. Voorzien van radar en alle vereiste middelen voor navigatie en communicatie. Om de zeileigenschappen te verbeteren werd het zeiloppervlak vergroot door de masten drie meter hoger te maken en twee topzeilra’s toe te voegen. Enkele jaren later werd de dooskiel aangebracht om de drift te beperken. Wereldwijde klasse Register Holland. Door behoudsvereniging als varend monument geregistreerd. Families Appelo en Kramer betrokken. Restauratie onder leiding van Dick van Andel.
-Restauratie middels door stichting geworven fondsen, schip in single ship BV ondergebracht waarvan de stichting enig aandeelhouder.
-De ‘Oosterschelde’ werd door WVC, nu OCW, in 1991 gesubsidieerd als pilot project voor de ontwerp Wet op het Specifiek Cultuurbeleid, die op haar beurt de oprichting van de Mondriaan Stichting (nu Mondriaan Fonds) mogelijk maakte.
-De ‘Oosterschelde’ was, met de stevenaak ‘Helena’, eveneens van Het Rotterdamse Zeilschip), het eerste schip voor culturele waardebepaling door drs. Arjen Kok, op basis van het door hem namens WVC/OCW ontworpen Waarde Stellend Kader voor de bepaling van de culturele betekenis van mobiel cultureel erfgoed. Beide schepen werden door hem in mei 2005 beoordeeld als behorende “tot de top van het Nederlands cultureel erfgoed” en “van groot belang voor de documentatie van de maritieme geschiedenis”.
-De exploitatie onder de directie van kapitein Gerben Nab laat zien dat het, ook in moeilijke tijden, mogelijk is de ‘Oosterschelde’ in stand te houden en bewijst daarmee de juistheid van de behoudsfilosofie voor de ‘Oosterschelde’ en van het door European Maritieme Heritage ontworpen en door de Nederlandse behoudsorganisaties omarmde European Charter for the Conservation and Restoration of Traditional Ships in Operation (Barcelona Charter).
| | ILLUSTRATIES | | Additioneel beeld 1 | Niet ingevoerd | | Additioneel beeld 2 | Niet ingevoerd | | Opmerkingen illustraties | Foto’s beschikbaar gesteld door BV Reederij ‘Oosterschelde’ | | MEER INFORMATIE | | Informatie bij/via | Informatie info@oosterschelde.nl en BV Reederij ‘Oosterschelde’, Leuvehaven 75, 3011 EA Rotterdam, tel +31 (0)10 435 4258,
| | Bronnen | www.oosterschelde.nl | | Externe links | www.oosterschelde.nl
https://rven.info/register/1867 | | Opmerkingen informatie | Oosterschelde is opgenomen in het Register Varend Erfgoed Nederland als Varend Monument® onder nummer 1867
En bij de behoudsorganisatie LVBHB aangesloten. | | HUIDIGE EIGENDOM | | Soort eigendom | Particulier | | Naam organisatie | BV Reederij Oosterschelde | | WAARDESTELLING | | Cultuurhistorische waarde | | Status | | | Motivatie | Van dit object heeft drs. Arjen Kok van RCE Nederland in mei 2005 de culturele waardebepaling opgesteld". | | Waardering door | Commissie | | Opmerkingen | | | Authenticiteit | | Status | | | Motivatie | | | Waardering door | Commissie | | Opmerkingen | |
|
|